Per wedstrijddag spelen in principe 4 mini-F-teams op een accommodatie een halve competitie (3 wedstrijden van 12 minuten).
Indien er slechts 3 teams zijn, wordt eveneens een halve competitie gespeeld (2 wedstrijden van 20 minuten).
Richtlijnen vier tegen vier voor mini-F-pupillen
Afmetingen Het speelveld heeft een minimale lengte van 30 meter en een maximale lengte van 40 meter. De breedte is minimaal 20 meter en maximaal 30 meter. Toelichting Geadviseerd wordt om op een half normaal voetbalveld twee veldjes uit te zetten in de hoeken (zie tekening).
Doel Het doel heeft een breedte van 3 meter en een hoogte van 1 meter. De breedte (dikte) van doelpalen en doellat mag niet meer dan 8 cm en niet minder dan 6 cm bedragen. De doelpalen en doellat moeten dezelfde breedte hebben. Doelpaal en doellat mogen vierkant, rechthoekig, rond of ovaal van vorm zijn. De hoeken moeten afgerond zijn. Aan doelpalen en doellat moeten netten kunnen worden aangebracht. Het doel mag geen scherpe of uitstekende delen hebben.
Belijning Het speelveldje moet in overeenstemming met de plattegrond zijn afgebakend door duidelijke lijnen of markeringshoedjes/pilonnen die maximaal 10 meter uit elkaar staan. De breedte van de lijnen bedraagt 10-12 centimeter. Bal Bij mini-F-pupillen wordt met balmaat nummer 5 gespeeld, met een maximaal gewicht van 320 gram. Het aantal spelers en wissels Een complete ploeg in het veld bestaat uit 4 spelers. Gespeeld wordt zonder doelman. Wissels zijn onbeperkt toegestaan. Opmerking: Tijdens de gekozen organisatievorm bedraagt de speeltijd per speelronde 12 minuten. Er worden drie speelronden per speeldag gespeeld. Bijzondere spelregels Spelbegin Het spel begint of wordt hervat, na een doelpunt, in het midden van het veld. De tegenpartij moet hierbij een afstand van 5 meter in acht nemen. Buitenspel De buitenspelregel is niet van toepassing. Strafschop Een strafschop wordt slechts bij hoge uitzondering gegeven: de afstand doellijn - penaltystip is 8 meter (bij het nemen van een strafschop wordt het doel niet door een speler verdedigd). Keeper Vier tegen vier voor mini-F-pupillen wordt gespeeld zonder keeper. Tenslotte Het toepassen van de spelregels ligt in de hand van de spelleider c.q. scheidsrechter. Hij of zij kan maar één bedoeling hebben en dat is de jongens en/of meisjes zoveel mogelijk te laten voetballen. Op het speelveld mogen zich alleen bevinden de spelers en de scheidsrechter. Coaches, begeleiders en anderen mogen zich dus niet tijdens de wedstrijd tussen de spelers begeven.